· 

Stand van zaken Belastingplan 2019

Plannen wijzigingen inkomstenbelasting

Tarief box 1

De tarieven en het inkomen van de vier schijven van box 1 wijzigen naar respectievelijk 36,65 procent (0 - 20.384 euro), 38,10 procent (meer dan 20.384 - 34.300 euro), eveneens 38,10 procent (meer dan 34.300 - 68.507 euro) en 51,75 procent (meer dan 68.507 euro).

Tarief box 1 vanaf 2021

De tarieven worden beperkt tot twee schijven, een basistarief van 37,05 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen meer dan 68.507 euro.

Hoogste tarief box 1

Het beginpunt van de hoogste tariefschijf (huidige vierde schijf en vanaf 2021 de tweede schijf) wordt niet geïndexeerd en begint tot en met 2024 bij een inkomen van meer dan 68.507 euro.

Eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,65 procent. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.060.000 euro blijft 2,35 procent.

Eigenwoningforfait uitzendregeling

Voor het belastingjaar 2018 wordt het eigenwoningforfait bij toepassing van de uitzendregeling met terugwerkende kracht verlaagd naar 1,15 procent.

Hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd tot 49 procent. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 37,05 procent in 2023.

Ondernemersaftrek

Het aftrektarief van ondernemersaftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek.

MKB-winstvrijstelling

Het aftrektarief van de MKB-winstvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Vanaf 2020 volgt dit aftrektarief het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke winstbedrag verminderd met de ondernemersaftrek positief is.

TBS-vrijstelling

Het aftrektarief van de terbeschikkingsvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Dit aftrektarief volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden positief is.

Persoonsgebonden aftrek

Het aftrektarief van de persoonsgebonden aftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De persoonsgebonden aftrek bestaat onder meer uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten, aftrekbare giften en nu nog de scholingsuitgaven en de uitgaven voor monumentenpanden.

Aftrekposten

Ook het tarief van overige aftrekposten wordt afgebouwd tot 51,75 procent. In 2020 wordt dit aftrektarief gelijk aan het dan geldende hypotheekrenteaftrektarief van 46 procent. Dit tarief daalt met drie procentpunt per jaar naar 37,05 procent in 2023.

Investeringsregelingen

De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) worden voor een periode van vijf jaar verlengd. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.

Scholingskosten

De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt per 2020 vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald.

Monumentenaftrek

De monumentenaftrek wordt vervangen door een subsidieregeling voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie.

Conserverende aanslag voor lijfrente en pensioenen bij emigratie

Bij emigratie naar een land waarmee Nederland een exclusieve woonstaatheffing over lijfrenten respectievelijk pensioenen heeft afgesproken, kan alleen een conserverende aanslag worden opgelegd over de lijfrentepremies die in aftrek zijn gebracht tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 en na 15 juli 2009 respectievelijk de pensioenpremies die onbelast zijn gebleven na 15 juli 2009.

Tarief box 2

Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021. Dit is een kleinere stijging dan aangegeven in het Regeerakkoord.

Verliesverrekening box 2

De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar, conform de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.

Schulden dga bij eigen bv

Voor zover de totale som aan schulden van de directeur-grootaandeelhouder aan de eigen bv meer bedraagt dan 500.000 euro en voor zover dit geen eigenwoningschuld is, wordt deze belast in box 2 als dividenduitkering. Eigenwoningschulden worden volledig buiten deze maatregel gelaten. Deze maatregel wordt in het voorjaar 2019 in een wetsvoorstel uitgewerkt en zou per 2022 in werking moeten treden.

Box 3

Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd tot 30.360 euro per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94 procent (30.360 - 102.010 euro), 4,45 procent (102.010 - 1.020.096 euro) en 5,60 procent (meer dan 1.020.096 euro).

Algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting wordt verhoogd met 184 euro naar 2.477 euro (na indexatie). De afbouw van de algemene heffingskorting wordt steiler.

Arbeidskorting

De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met 111 euro naar 3.399 euro (na indexatie). Het afbouwpercentage wordt verhoogd naar 6 procent.

Ouderenkorting

De maximale ouderenkorting zal worden verhoogd met 178 euro naar 1.596 euro (na indexatie). Ook wordt een afbouwpercentage van 15 procent geïntroduceerd.

Heffingskorting buitenlandse belastingplichtigen

Niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen die inwoner zijn van een EU-lidstaat, de EER, Zwitserland of de BES-eilanden, krijgen wettelijk recht op het belastingdeel van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Hetzelfde geldt in principe voor buitenlandse belastingplichtigen die een onderneming drijven met behulp van een vaste inrichting in Nederland. De hoogte van het belastingdeel van de arbeidskorting en de IACK wordt gebaseerd op het wereldarbeidsinkomen.