· 

Bovenmatige schulden DGA

Zoals aangekondigd op Prinsjesdag 2018, is een internetconsultatie geopend over de maatregel om bovenmatige schulden - meer dan 500.000 euro - van aanmerkelijkbelanghouders (ab-houder) aan hun bv te belasten. Een ab-houder is iemand die minimaal 5% belang heeft in een vennootschap. Daarmee heeft het voorstel een ruimer bereik dan enkel directeuren-grootaandeelhouders (dga’s). Beoogde inwerkingtreding van de maatregel is 1 januari 2022. Omdat het eerste toetsmoment 31 december 2022 is, heeft de ab-houder tot dat moment de tijd om bovenmatige schulden zoveel mogelijk af te lossen.

 

De maatregel gaat uit van dezelfde contouren als bij de aankondiging, zie daarover ons eerdere Actueelbericht van 20 september 2018: ‘Dga's hebben drie jaar om bovenmatige schulden aan eigen bv af te lossen’. Daarnaast bevat het voorstel regels voor onder meer schulden van (groot)ouders en (klein)kinderen van de belastingplichtige en diens partner. Een eigenwoningschuld is van de maatregel uitgezonderd, waarbij voor nieuwe eigenwoningschulden (aangegaan ná 31 december 2021) een hypotheekrecht aan de eigen bv moet zijn verstrekt. Tot en met 1 april 2019 kan iedereen op de consultatie reageren.

 

U hebt als ab-houder in principe tot 31 december 2022 de tijd voor het afbouwen van bovenmatige leningen die bij uw eigen bv of bv’s lopen. Het gaat niet alleen om leningen van uzelf en uw partner maar ook om die van met u of uw partner verbonden personen in rechte lijn: (klein)kinderen en (groot)ouders. Daarbij moet u rekening houden met de verhoging van het box 2 tarief van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021. Dit betekent dat het in veel gevallen de voorkeur zal hebben om een bovenmatig gedeelte van de schulden aan de bv(‘s), zo mogelijk, nog in 2019 af te lossen.

 

Alle typen leningen, zowel zakelijke als onzakelijke, vallen onder de maatregel. Vorderingen en rechten op de vennootschap worden niet gesaldeerd met de schulden aan de vennootschap.

Het maximumbedrag geldt gezamenlijk voor de ab-houder en zijn of haar partner. Het maakt niet uit wie van deze twee de schulden is aangegaan en tot wiens individuele vermogen de schulden behoren.

Daarnaast geldt de maatregel ook voor schulden van (klein)kinderen en (groot)ouders van de ab-houder en diens partner aan de bv van de ab-houder. Voor ieder van hen wordt per persoon bekeken of de schuld meer bedraagt dan 500.000 euro en is het meerdere belast als bovenmatige schuld. De ab-houder moet vervolgens de belasting over deze bovenmatige gedeelten van de schulden betalen, en dus niet de schuldenaar 

Er is geen mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.

 

Zowel bestaande als nieuwe eigenwoningschulden zijn uitgezonderd van de maatregel. Voor nieuwe eigenwoningschulden - aangegaan ná 31 december 2021 - moet echter wel een hypotheekrecht aan de eigen bv zijn verstrekt.

 

De maatregel geldt voor alle aanmerkelijkbelanghouders en is niet beperkt tot dga’s. Schulden van een ab-houder aan de eigen bv of bv’s worden beschouwd als bovenmatige leningen voor zover die in totaal bij alle ab-vennootschappen meer bedragen dan 500.000 euro. Vanaf 2022 wordt het meerdere belast in box 2 tegen het reguliere ab-tarief, dat vanaf 2021 26,9 procent bedraagt. In de daarop volgende jaren wordt een eventueel verdere toename van de schulden ook weer belast.